Marie Vinck over mannen

Het Andere Geslacht volgens Marie Vinck.

Foto Diego Franssens

Foto Diego Franssens

“Ze gaan ’s avonds op café, beginnen te drinken en vergeten helemaal dat ze de volgende dag moeten opstaan om te gaan werken. Ik ben jaloers op mannen omdat ze zich zo kunnen verliezen in het moment. Ik kan niet in het hier en nu leven, ik zit altijd met morgen in mijn hoofd. Wat ik nog bewonder is hun relativeringsvermogen. Vrouwen kunnen van iets kleins iets groots maken en zijn veel sneller op hun tenen getrapt, zeker in de dagen voordat ze ongesteld moeten worden. Als mijn lief dan bijvoorbeeld zegt: ‘Ah, doe je dat kleedje aan? Ik vond dat andere mooier’, denk ik meteen dat hij het eerste lelijk vindt, dan dat hij míj lelijk vindt en tot slot dat hij mij niets waard vindt. Mannen zullen evengoed geleid worden door hun driften en twijfels, maar over bijzaken maken ze gewoon minder gedoe.”

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik drieënhalf was en hoewel ik mijn vader bleef zien, hebben we nooit samengewoond. Op de mannelijke babysit na was ik altijd omringd door vrouwen. Mijn moeder, mijn grote zus en mijn tante en ik: we waren altijd met ons vieren thuis. Volgens mij heb ik daarom heel lang drempelvrees gehad bij mannen. Ik was altijd enorm verlegen. Op mijn vijftiende was ik smoorverliefd op een jongen die me, dacht ik, niet zag staan. Na een feestje bleven we in hetzelfde huis slapen en kwam ik toevallig naast hem te liggen op de gezamenlijke bedden op de grond. Ik lag met mijn rug naar hem toe en op een gegeven moment raakte hij mijn haar aan. Ik bleef gewoon roerloos liggen. Spijt dat ik achteraf heb gehad! Dan maakte hij een move en moest ik het zo nodig verpesten. Terwijl ik vriendinnen had die op hun dertiende al geen maagd meer waren en van het ene naar het andere vriendje huppelden, heeft het bij mij tot mijn zeventiende geduurd vooraleer ik mijn eerste lief had. Het heeft geruime tijd geduurd vooraleer ik besefte dat mannen ook maar mensen zijn met een piemel (lacht). Tegenwoordig zit ik als enige vrouw in het theatergezelschap FC Bergman met vijf mannen. Meestal vind ik dat fantastisch, maar soms voel ik me een beetje alleen. Het kan confronterend zijn om ze over vrouwen te horen praten – over hoe een meisje haar poep eruitzag in bepaalde kleding – of ze hebben het over masturberen of porno: ‘Ben je al eens naar die site gesurft?’ (lacht). Ze houden zich absoluut niet in voor mij – en terecht. Wanneer je zo intensief samenwerkt, moet je jezelf kunnen zijn.”

“Ik ben geen fanatieke feministe. Ik gruw van vrouwen die aanstoot nemen aan een stomme vrouwonvriendelijke mop. Onlangs las ik over hoe je kan oordelen of een film seksistisch is of niet. Dan moet je je de vraag stellen of er een scène is met twee vrouwen alleen. Nee? Dan is het een seksistische film. Komen er vrouwen in voor maar praten ze alleen over mannen? Dan is het ook een seksistische film. Dat soort regels vind ik er ver over, hoewel het klopt dat films meestal mannelijke hoofdpersonages hebben. Als actrice krijg je vooral rollen aangeboden in verhouding tot een mannelijke protagonist: je speelt de vrouw van, de minnares van en op latere leeftijd de moeder van. Dat is jammer, maar het is nu eenmaal zo. Waar ik me wel al boos over heb gemaakt, is over hoe je als vrouw wordt afgerekend op een naaktscène. Je wordt in een vakje geduwd: ‘Marie Vinck naakt! Femme fatale!’ Maar ze reppen met geen woord over mijn mannelijke tegenspeler. Ik was eerst zo boos over die reacties dat ik geen naaktscènes meer wilde doen, maar daar ben ik op teruggekomen. Als het past bij een scène, dan doe ik het, punt.”

“In twee toneelvoorstellingen die wij bij FC Bergman speelden, moest mijn personage in elkaar worden geslagen. Degene die de klappen uitdeelde was mijn lief; hij acteert ook bij FC Bergman. We wilden het zo realistisch mogelijk brengen, dus sloeg hij me echt. Dat is soms toch heftiger dan je wil toegeven. Niet het feit dat de agressie van mijn vriend komt, we spreken het allemaal goed af, wel het in elkaar geslagen worden op zich: je speelt dat het verschrikkelijk is, je roept die emoties op en heel je lichaam doet pijn. Na zo’n voorstelling moest ik altijd even in zijn armen kruipen. Heel heftig, was dat. Mocht ik ooit een vriend hebben die me sloeg, zou ik waarschijnlijk meteen weggaan, maar ik veroordeel vrouwen niet die in zo’n geval bij hun man blijven. Ik kan me voorstellen dat er een soort patroon ontstaat: een man slaat je, toont nadien ontzettend veel spijt en achteraf heb je zo met hem te doen, je zit bijna meer in met hem dan met jezelf. Je maakt jezelf wijs dat je het duldt van hem omdat het zo’n grote liefde is.”

“Ik ben een pessimist van karakter. Van jongs af aan wist ik dat relaties niet werkten. Een gezin later, papa, mama en kindje? Ik heb dat nooit op die manier gekend. Trouwen? Nooit! Wie blijft er nu eeuwig samen? Ik was vroeger cynisch, zeker over de liefde. Dat ben ik aan het afleren omdat ik merk dat het leven dan mooier is. Nu geloof ik dat je bewust naïef kan zijn. De voorstellingen die we spelen, gaan vaak over mensen die, ook op vlak van relaties, tegen beter weten in het onmogelijke willen realiseren. Weten dat het meestal misloopt en het toch proberen: dat is volgens mij de kern van liefde.”

Marie Vinck (º 3 januari, 1983) is actrice. Ze speelt mee in de VTM-reeks ‘Zuidflank’ en vormt met vijf andere acteurs het theatergezelschap FC Bergman. 

[Dit artikel verscheen eerder in NINA, het weekendmagazine van Het Laatste Nieuws.]

www.fcbergman.be

Advertenties

One thought on “Marie Vinck over mannen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s