
[English version see below]
Je outen als vegan is lastig, schreef ik eerder deze maand in een opiniestuk in De Morgen. Want in tegenstelling tot wat veel mensen denken, staan de meeste veganisten daar juist niet om te springen.
Laatst sprak ik de auteur van een nieuw kookboek. Ze kookt vegan, maar de uitgeverij zag dat woord liever niet in het boek. “Schrijf liever plantaardig of nog beter: plant-based.” We moesten lachen. Wat is dat toch met het woord vegan?
Enerzijds stemde het Europees Parlement tegen het gebruik van het woord ‘burger’ voor de vegan of veggie variant wegens te misleidend. Anderzijds wil Vlaanderen dat we meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten eten, en daar heeft het zijn redenen voor: gezondheid, klimaat, milieu – over dierenwelzijn zwijgen we. Maar in hun tips aan restaurants raadt de Vlaamse overheid af termen als ‘veggie’ of ‘vegan’ te gebruiken, terwijl die helder zijn. Vegetariërs eten geen dode dieren, vegans eten niets dat van een dier komt.
Ergens snap ik het. Volgens een Canadese studie blijken vegans tot de meest gehate groepen te behoren, net na drugsverslaafden. Je kunt als maatschappij niet jarenlang vegans wegzetten als extremisten – lees de comments onder elke post over veganisme – en verwachten dat mensen enthousiast worden van vegan eten.
“Plantaardig klinkt mooier”, zei Jeroen Meus toen ik hem ging interviewen in 2021. Ik was nerveus omdat ik mogelijk zou vertellen dat ik vegan ben. Hoewel het cliché luidt dat veganisten ongevraagd over hun ‘extreme gedachtegoed’ praten, blijft je outen net lastig.
De reden dat ze zich überhaupt kenbaar maken, is doorgaans net omdat ze geen duidelijke vegan opties op het menu zien. Wie vindt dat vegans zich minder moeten ‘opdringen’, weet dus wat te doen.
Mogelijk bestellen omnivoren vegan gerechten sneller als ze tussen de andere staan en niet in een speciale categorie. Een Nederlandse studie toonde aan dat vleesvervangers beter verkopen als ze tussen het vlees liggen en niet enkel apart. “Durf plantaardige comfortfood op de kaart te zetten”, is een tip van de Vlaamse overheid die ik toejuich als het gerecht voorzien is van een correct vegan label.
In mijn omgeving tel ik naast enkele vegetariërs vooral flexitariërs en omnivoren. Die laatsten eten in principe alles. Wel ben ik wat ze the vegan vote noemen: de veganist in het gezelschap die bepaalt waar we gaan eten – of niet, omdat ik er niets vind.
Geef mij als vegan genoeg keuze en ik hou mijn mond over waarom – beloofd. Als ik de vraag krijg, hou ik het op “een persoonlijke keuze”. Vragen mensen door, dan zeg ik dat ik sinds mijn 14de vegetariër ben en allang vegan wilde worden, maar pas op mijn 43ste de stap zette. Na een maand Veganuary, zoals de huidige Try Vegan-maand. Het moeilijkste was niet de omelet die ik zou laten, maar wel: wat gaan de mensen zeggen
Het bannen van het woord vegan lost niets op, want het probleem – én de oplossing – zit in hoe je naar vegans kijkt. Niemand wil een paria zijn. Uitspraken als “We kunnen niet leven op linzen en water” helpen niet, minister Brouns (cd&v).
Stop dus met vegans belachelijk te maken. Voor je het weet, ken je er zelf een. Het kan je collega zijn, je kleinzoon of het nieuwe lief van je beste vriend. Pas dan besef je misschien dat het ook maar mensen zijn die je graag ziet en met wie je uit eten wilt.
Dit artikel wel gepubliceerd in De Morgen op 4 november, 2025. Je vindt het hier online.
Coming out as vegan is harder than it sounds, as I wrote earlier this month in an op-ed for De Morgen. Contrary to what many people assume, most vegans aren’t exactly eager to shout it from the rooftops.
Recently, I spoke with the author of a new cookbook. She cooks vegan, but her publisher preferred not to use that word anywhere in the book. “Try plant-based,” they said. “Or even better: plant-forward.” We laughed. What is it with that word vegan?
On one side, the European Parliament voted against allowing the word “burger” for vegan or vegetarian options, claiming it was too misleading. On the other, the Flemish government urges people to eat more plant-based and fewer animal proteins—for reasons ranging from health to climate to the environment (we’ll leave animal welfare out of it). Yet in its own guidelines for restaurants, the same government discourages using labels like “veggie” or “vegan”, even though those terms are perfectly clear. Vegetarians don’t eat dead animals; vegans don’t eat anything that comes from one.
And honestly, I get it. A Canadian study found that vegans rank among the most disliked groups in society, right after drug addicts. You can’t spend years portraying vegans as extremists – just check the comments section under any piece about veganism – and then expect people to warm up to vegan food.
“Plant-based just sounds nicer,” TV chef Jeroen Meus told me when I interviewed him back in 2021. I was nervous about mentioning that I’m vegan myself. Even though the stereotype claims that vegans can’t stop talking about their “extreme beliefs”, the truth is that coming out as a vegan can feel awkward.
Usually, vegans only bring it up because they can’t find any clearly marked vegan options on the menu. If you think vegans should “impose their views less on others”, you already know what to do.
Research suggests omnivores are more likely to order vegan dishes when they’re listed among the regular items rather than set apart. One Dutch study showed meat substitutes sell better when placed next to actual meat. “Try adding plant-based comfort food to your menu” the Flemish government advises – a tip I fully support, as long as the dish is labeled correctly.
In my own circle, besides a few vegetarians, most people are flexitarians or omnivores. The latter eat everything – at least in theory. Meanwhile, I’m what they call “the vegan vote”: the vegan in the group who determines where we go out to eat, or doesn’t go at all because there’s nothing for me.
Give me enough vegan options and I won’t say a word about why – I promise. If someone asks me why I’m vegan, I usually just say it’s “a personal choice.” If they press, I explain that I’ve been vegetarian since I was fourteen, that I’d wanted to go vegan for years, and finally did so at forty-three—after a month of Veganuary, like this current Try Vegan month. The hardest part wasn’t giving up omelets; it was worrying about what people would say.
Avoiding the word vegan solves nothing, because the real problem – and the solution – lies in how people think about vegans. Nobody wants to be treated like an outcast. Comments like “You can’t live on lentils and water” don’t help, Minister Brouns.
So please, stop making fun of vegans. Before you know it, you might know one yourself. It could be your coworker, your grandson, or your best friend’s new partner. And then you might realize they’re just people you care about – people you’d actually enjoy going out for dinner with.
This article was published in De Morgen on November 4, 2025. It’s available online.