“Geluk is iets voor vrouwen en kinderen” – Luc De Vos

“Rock-’n-roll is helemaal niet ernstig,” aldus Luc De Vos. Tijdens optredens hangt hij misschien nog wel het beest uit en drinkt hij de ijskast leeg. Maar De Vos is ook een echte denker. Hij gelooft in God omdat het leven anders onverdraaglijk zou zijn. Hij denkt dat geluk iets is voor vrouwen en kinderen. En dat de jeugd van tegenwoordig de Chiro-mentaliteit heeft ingeruild voor XTC. Ver weg van het podium en aan de hand van zijn grappige, originele maar soms onbegrijpelijke teksten, sprak RifRaf met de man achter Gorki.

Wie zijn eigenlijk de nieuwe bazen, in het liedje ‘XTC’, waarover je zingt dat het harde jongens zijn?

Luc De Vos: “Dat zijn de jonge gasten van tegenwoordig die slimmer, mooier en intelligenter zijn dan ik en bij wie alles gemakkelijk gaat. Dat is een frustratie, maar ik lach er ook een beetje mee. Ik voel me nog altijd de gezonde boerenjongen die ik altijd ben geweest. De nieuwe bazen kunnen door het leven gaan zonder zich vragen te stellen. Dat is mij nooit gelukt. Bij mijn generatie waren het problemen en gezeik van begin tot einde. Als homo had je het bijvoorbeeld niet gemakkelijk. nu wel, denk ik. Of misschien weet ik op dat vlak heel weinig van de wereld. ik zit misschien te vaak alleen.”

“Toen ik jong was, amuseerde ik me helemaal niet. Ik was altijd aan het nadenken, vooral over mezelf. Ik heb van mijn zestien jaar tot mijn dertigste ongeveer op mijn kamer gezeten, zonder me iets van de wereld aan te trekken. Daarna ben ik gelukkig popmuzikant geworden. Als ik nu rond me kijk, zie ik dat de jeugd zich te pletter amuseert, wat ik eigenlijk ook wel tof vind. Of misschien heb ik het wel mis en amuseren ze zich niet te pletter.”

Hoe denk je dat de jeugd van tegenwoordig zich amuseert?

De Vos: “Met chemische drugs. Het stoort me niet, hoor. Het is alleen een heel andere wereld. Ik heb letterlijk geen ervaring met hard drugs. Ik ga ook nooit naar technofeesten, hoewel ik het toffe muziek vind. Af en toe kijk ik naar televisie, naar een documentaire, waar alles wordt uitgelegd. Ik wil het fenomeen ecstasy of de jeugd niet te diep of sociologisch duiden, maar zo’n dingen raken mij wel. Ik probeer op mijn eigen, grappige manier daar teksten over te schrijven, die vol zitten met paradoxen.”

Ben je zelf nieuwsgierig naar drugs?

De Vos: “Het zal een fantastische ervaring zijn, maar ik ben niet echt nieuwsgierig. Met chemische middelen weet je niet wat er in zit. Ik denk dat ik me wel kan voorstellen hoe het is. Ik zit graag thuis, gitaar te spelen. Misschien dat ik daarom ook geen drugs neem.”

Maar je drinkt toch, en dat doe je toch niet alleen?

De Vos: “Dat doe ik wel graag alleen thuis, echt waar. Dan leg ik een plaat op en speel ik mee. Dat is even goed als tien procent van een heroïne-orgasme, bij wijze van spreken.”

Je zingt ‘Red mijn ziel vooral, maar ook mijn mooie lichaam.’ Welke van de twee moet er nu gered worden?

De Vos: “Liefst mijn lichaam, zodat ik na vijftig jaar, op 87-jarige leeftijd rustig kan overlijden in mijn bed. Maar mijn ziel natuurlijk ook. Ik vond het vooral een leuke titel. Veel mensen zijn erg bezig met hun lichaam, ik niet. (twijfelt) Misschien is het toch belangrijk. maar ik leid een echt rock-’n-roll-leven. Na optredens blijf ik hangen en drink ik meestal de ijskast leeg. op mijn leeftijd begin je dat wel te voelen. Door een maand niet op te treden, ben ik tien kilo afgevallen. Ik heb een maand lang appels gegeten en champagne gedronken, dat hielp. Ik voel me vijftien keer gezonder. Eigenlijk mag mijn lichaam aftakelen. Het is veel belangrijker dat mijn ziel wordt gered. Mijn onsterfelijke ziel. Ik hoop dat ik in het hiernamaals de fantastische dingen die ik hier heb meegemaakt, nog eens kan beleven.”

Wat is voor jou je ziel?

De Vos: “Fuck, dat is een moeilijke vraag. (denkt na) De dromen en de verbeelding die ik had toen ik zestien jaar was. Ik hoop dat ik die herbeleef. Op die manier hoop ik dat ik onsterfelijk ben.”

Ben je zelf gelovig?

De Vos: “Ik ben katholiek opgevoed en ben het altijd gebleven. Niet dat ik heel de tijd aan Jezus denk, maar één keer per jaar wel, wanneer de lente begint. Omdat de hoop op nieuw leven dan begint.”

Mooi. Ga je ook wel eens naar de mis?

De Vos: “Ik probeer soms wel eens te gaan. Maar ik leid een rock-’n-roll leventje en ik kan dus niet zo vroeg opstaan. Het trekt me ook niet aan om elke week te gaan. De Bijbel kan ik niet lezen, soms lees ik wat religieuze literatuur. Het laatste wat ik heb gelezen, was ‘Elementaire deeltjes’ van Michel Houellebecq. Dat boek dat lang in de bestsellerslijst heeft gestaan. Het is een anti-religieus boek waarin God dood is en de mensen ook moeten sterven. Het heeft mijn geloof nog meer gesterkt omdat ik het krankzinnig vond om niet te geloven.”

Je hebt nooit getwijfeld aan God.

De Vos: “Nee. Zoals de meeste mensen had ik soms wat minder zin om ermee bezig te zijn. Maar het zit nu eenmaal in mijn karakter om me er wel mee bezig te houden., hoewel het niet fanatiek is. Het is geen uitspraak van mij, maar ik heb ze wel al gebruikt: Ik geloof in God, maar ik denk niet dat God in mij gelooft. Het is een grap. Hoe moet ik dat uitleggen. Mensen denken aan zichzelf als ze aan God denken. Alsof God tijd heeft voor al die mensen.”

In je teksten komt er ook af en toe een verwijzing naar de Bijbel. ‘Laat deze beker aan mij niet voorbijgaan’, zing je in ‘Duitsland wint altijd’.

De Vos: “Ben jij katholiek opgevoed of zo? Ik citeer graag uit De Bijbel, de liturgie, of hoe moet je dat zeggen. Ik vind het jammer dat mensen die teksten niet altijd begrijpen. Ze zoeken er altijd iets romantisch en melancholisch achter. Als ik liedjes schrijf, wil ik in de eerste plaats dat ze grappig zijn. Dat mensen kunnen lachen.”

Ik vond het liedje ‘Wij Zijn Zo Jong’ heel hoopvol en romantisch klinken.

De Vos: “Dat is niet zo bedoeld. Dat liedje gaat over hoe veel mensen proberen gelukkig te worden, maar bij wie het niet lukt. Hoe ze toch een soort wanhopig optimisme bewaren. Bijvoorbeeld mensen die denken de lotto te kunnen winnen. Ik steek een beetje de draak met het feit dat mensen optimistisch zijn wat de toekomst betreft. Ikzelf heb dat niet.”

En wat de liefde betreft? Het liedje gaat verder met: ‘We sterven van verlangen, onze liefde die blijft duren.’

De Vos: “Dat wel. We zijn zo jong, en we zijn eigenlijk niet zo jong. We worden altijd maar ouder. De mensen willen jong, mooi en intelligent blijven, en ze worden altijd maar ouder, lelijker en dommer.”

En jij?

De Vos: “Ik blijf mooi, jong en intelligent.”

‘De meisjes worden blonder en slimmer dan ooit,’ zing je ook nog. ‘Ik grijp ze naar de keel tot ze buigen naar mijn wil.’ Heb je nog steeds miserie met vrouwen?

De Vos: “Eigenlijk wel. Ik kan sowieso moeilijk communiceren met vrouwen. Je merkt het misschien ook. Ik ben van huis uit een stotteraar. Dat ben je voor heel je leven, zoals een alcoholicus die niet meer drinkt, altijd alcoholicus zal blijven. Die tekst is een beetje persoonlijk. Ik probeer het op een wat grappige manier te verwoorden.”

Heb je het dan ook moeilijk om met mij te praten?

De Vos: “Toch een beetje.”

Wat is er anders dan wanneer hier een jongen zou zitten?

De Vos: “Misschien heb ik een bepaalde schroom tegenover vrouwen. En je stelt persoonlijke vragen over teksten, waarover ik zelf nog niet zo heb nagedacht. Het zijn wel interessante vragen. (pauzeert) Ik kan makkelijker communiceren met venten dan met vrouwen. Andere mannen, dus niet in de eerste plaats ikzelf, proberen bij vrouwen een bepaald beeld van zichzelf op te hangen, liefst zo interessant en grappig mogelijk. Bij venten kan het me niks schelen hoe ik over kom. Als ze mij een boer of een ambetanterik vinden, who cares? Bij vrouwen is dat anders. Het is vermoeiend om altijd de interessante uit te hangen. Het liedje gaat daarover. Meisjes worden blonder en slimmer dan ooit. Ik grijp ze naar de keel, tot ze buigen naar mijn wil, moet je natuurlijk niet letterlijk nemen. Ik kan me voorstellen dat mensen die zich voelen hoe ik mij vroeger voelde, het ook beu zijn om te proberen te communiceren. Ze hebben zin om gewoon te zeggen: Ik neem ze.”

En lukte dat dan?

De Vos: “Natuurlijk niet.”

Maar je bent nog geen lid van een mannenclub.

De Vos: “Bestaat er dan zoiets? Nee, een mannenclub zou ik nog erger vinden. Ik heb me neergelegd bij hoe ik ben. Ik probeer moeilijke situaties te vermijden door thuis te blijven. Ik he been cd-speler en een zetel. Dat vind ik al fantastisch. En ik mag af en toe een plaat maken van de platenfirma. Dat is vermoeiend. Voor mij is er dus geen tijd voor een mannenclub. (denkt na) Er is een boutade die zegt: Geluk is voor vrouwen en kinderen, dat is niks voor venten. Dat moet je met een korrel zout nemen, maar er zit toch wel waarheid in. Vrouwen en kinderen kunnen zonder veel scrupules gelukkig en vol rust zijn.”

Ben je daar jaloers op?

De Vos: “Daar ben ik wel jaloers op, ja. Ik ben geen socioloog, dus ik weet ook niet of venten te doorgronden zijn. Veel gasten zoals ik – ik niet persoonlijk, maar gasten die ik ken – zijn er toch niet toe in staat om gelukkig te zijn. Dat zie ik, en dat weet ik. Af en toe springt er iemand op het podium om iets door de micro te schreeuwen. Terwijl iedereen thuis met vrouw en kindjes voor de tv rijstpap zit te eten.” (kijkt me aan met een bedenkelijke blik)

Je oude liedje ‘Mia’ is nu actueler dan ooit. Ik denk aan de zin: ‘De middenstand regeert het land, beter dan ooit tevoren.’

De Vos: “Eigenlijk zijn alle partijen liberaal. Meer dan ooit kan de politiek op een middenstandsmanier het land regeren zoals zij willen. Het nummer ‘XTC’ gaat ook over e mentaliteit die jongeren tegenwoordig hebben. Ze trekken zich niks aan van politiek. En misschien hebben ze wel gelijk. Ik was een puber in de jaren ’70. Ik ben opgegroeid in de nasleep van mei ’68.We moeten de samenleving rechtvaardiger maken en de maatschappij is maakbaar als we ons best doen, is er bij ons ingestampt. Die Chiro- en Scoutsmentaliteit is er bij de jeugd niet meer.”

Zou je ooit in de politiek willen?

De Vos: “Ik voel me daarvoor absoluut niet geroepen. Volgens mij gaan politici niet in de politiek omdat e echt een rechtvaardigere samenleving willen, maar voor hun eigen persoonlijke ontplooiing. In plaats van de ambitie fantastisch lekkere marsepein te maken, doen ze aan politiek. Dat is hetzelfde. Ik zou zeggen: stem allemaal voor de goeie partij.”

CVP?

De Vos: “CVP? Nee, voor de goeie partij. Ik weet niet, Agalev of zo. (plechtig) Voor mensen die de democratie en de rechtvaardigheid op deze aarde bewerkstellingen. Als ik toch een politieke uitspraak moet doen, zeg ik dat ik meer extreem-links dan extreem-rechts ben. Zeker de helft van het geld dat we verdienen, moet naar de armen gaan.”

“Toch interesseert politiek me niet zo. De derde wereld raakt mij meer. Maar mijn taak is goeie popmuziek te maken. Als ik goeie popliedjes maak, waarop Chiroleiders op zaterdagavond of zondagmiddag kunnen meezingen, is dat ook goed voor de derde wereld. Misschien niet rechtstreeks, maar op een of andere manier wel.”

Als de mensen van de Chiro meezingen met jouw liedjes en zich amuseren en maatschappelijk engageren, wordt de derde wereld daar beter van.

De Vos: “Je moet het niet zo rechtstreeks zien. De wereld zal veel beter zijn dan voorheen als ze meezingen met mijn popliedjes, die ik mooi vind. Als jij een goed artikel schrijft voor RifRaf, levert dat meer bij tot een rechtvaardige wereld dan wanneer je dat niet zou doen. Denk je niet?”

Ik zie het verband niet helemaal met de derde wereld.

De Vos: “Heel de wereld moet goed zijn, begrijp je? Niet iedereen kan missionaris worden en de mensen in Mexico Stad eten geven of al de hoeren in Indonesië of Vietnam uit het bordeel slepen.”

Wat is het meest waardevolle uit je geloof dat je aan je kinderen zou willen meegeven?

De Vos: “Je moet een verschil maken tussen geloof en moraal. De katholieken zeggen dat je dit niet en dat niet mag doen. Zoiets moet je voor jezelf uitmaken. Ik zou mijn kinderen zeggen dat ze popmuzikant moeten worden.”

Zodat zij ook de wereld verbeteren.

De Vos: “Precies.”

Tekst: Ann-Marie Cordia – Foto Guy Kokken

[Dit interview verscheen in RifRaf 113, maart 2000, naar aanleiding van zijn album ‘Eindelijk vakantie!’ De titel was: ‘Geluk is iets voor vrouwen en kinderen, niet voor venten.’ Ik mocht hem twee keer interviewen. De laatste keer was voor Goedele magazine in 2011, over zijn kleine geluk. Dat was een Italiaanse softpornofilm met Stefania Sandrelli.]

Gorki-tribute-RifRaf

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s