Pieter Timmers over vrouwen.

Foto Koen Van Buggenhout

Foto Koen Van Buggenhout

«Als kleine jongen heb ik met meisjes gespeeld en ik had ook een zus, maar op de lagere school waren er alleen jongens. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik wat afstandelijker ben tegenover meisjes. Ik kwam wel goed met hen overeen, soms zelfs beter dan met jongens, maar om in het middelbaar een meisje te benaderen op wie ik verliefd was? Nee, dat vond ik heel moeilijk. Mijn mama is een heel losse en soms zelfs iets te spontaan. Ik herinner me dat ze altijd tegen me zei, toen ik een tiener was: ‘Pieter, je moet het zeggen als je een liefje hebt, hé!’ Waarop ik elke keer: ‘Ja, ja, ik zal dat wel zeggen!’ Ze was altijd bang dat ik het niet zou vertellen, maar ik had gewoon nooit een vriendin (lacht). Ik was daar wat laat mee. Mijn eerste kus was toen ik zestien was, met mijn eerste lief, en ik heb haar natuurlijk mee naar huis gebracht. Voorlich- ting hebben mijn zus en ik niet van mama gehad, die kregen we op school, maar ze maakte er grapjes over het bespreek- baarder te maken. Als die eerste relatie was blijven duren, had mijn lief zeker mogen blijven slapen, maar het was al na anderhalve maand uit. Mijn tweede vriendin had ik een paar jaar later en toen was dat geen probleem. Ik studeerde in Nederland en ik had haar in het tweede jaar leren kennen dankzij het zwemmen, en dat was mijn eerste serieuze relatie. Als jonge gast kijk je enorm uit naar die eerste keer, en ik heb er alleen positieve herinneringen aan.»«Elle heb ik meer dan drie jaar geleden leren kennen. We wisten allebei al na de derde date dat het geen flirt was. Ik vind haar een heel mooie vrouw, met een heel mooi lichaam, aliszedaarafentoeonzekerover–danbenikeromte zeggen dat ze juist keimooi is, ook innerlijk. Ze ziet het goede in mensen en heeft veel mensenkennis. Bij mij heeft ze aan een half woord genoeg om te weten wat ik bedoel. Dan denk ik: ‘Dat klopt!’ Vaak kent ze me beter dan ik mezelf ken. Samen gelukkig zijn is essentieel, maar ik vind het even belangrijk om er voor elkaar te zijn. Leven met een top- sporter is niet vanzelfsprekend. Ik sta elke dag op om twintig na vijf en ga dus ook heel vroeg slapen. Ik ben vaak van huis weg, terwijl Elle alleen thuis zit, soms weken aan een stuk. En er was die keer dat ik een klaplong had, een paar jaar geleden. Ik voelde mijn hart heel hard kloppen en van- binnen hoorden we continu kraakjes: achteraf bleek dat de resonantie te zijn van de lucht die tussen m’n ribben en long zat. Op dat moment dachten we dat ik iets aan mijn hart had. Elle heeft toen de hele nacht geen oog dicht gedaan en bij mij gewaakt, om te horen of ik nog aan het ademen was. Ook bij m’n operatie zat ze van ’s ochtends vroeg tot ’s nachts in het ziekenhuis.»
«Ik had nooit gedacht dat ik zou trouwen, integendeel. Ik ben een beetje opgevoed met het idee dat trouwen overrated was. Dankzij Elle ben ik me beginnen afvragen: misschien wil ik het wel? Dat was zo, dus heb ik besloten haar ander- half jaar geleden ten huwelijk te vragen. Ik had alles vooraf gepland, voor tijdens een weekendje Londen, wat ik in het geheim geboekt heb – helemaal niet simpel omdat ze nor- maal altijd weet wat ik aan het doen ben (lacht). Voor één keer mocht ik van de coach de zaterdagavondtraining skip- pen voor mijn aanzoek. Vooraf had ik een ring laten maken, met een diamant die ik bij de Antwerp Diamond Race had gewonnen. De precieze maat wist ik niet, dus hij was te groot, maar we hebben hem later laten verkleinen. Ik had een paar ideeën over waar ik het haar zou kunnen vragen op een toren, of ergens met een mooi uitzicht … Dat vond ik allemaal te cliché, dus is het de hotelkamer geworden, als kers op de taart van een geweldig weekend. Gewoon wij tweetjes. Elle en ik willen met ons huwelijk laten zien dat we voor elkaar kiezen. Ik heb niemand anders nodig be- halve haar. We hebben allebei ouders die gescheiden zijn, maar we hebben ook allebei een opa en oma die nog altijd gelukkig zijn samen: zij zijn een voorbeeld voor ons. Eerst moeten we nog heel wat regelen voor het trouwfeest. Elle is degene die dat vooral in handen neemt en vooruitdenkt. Typisch vrouwelijk, denk ik. Ze kan zoveel dingen tegelijk, terwijl ik soms een half uur doe over één mailtje (lacht).» «Na de Olympische Spelen van 2016 is het zover. Tegen dan zal ik 28 zijn. De Spelen moeten mijn hoogtepunt worden. Ik wil er alles aan doen om dan zo goed mogelijk te preste- ren. Daarna wil ik stilletjes uitbollen, en nog een jaartje zwemmen, maar niet meer zoals nu, met dertig uur training per week. Dan willen we aan kinderen beginnen. Uiteinde- lijk denk ik dat ik het als sportman iets gemakkelijker heb dan de meeste sportvrouwen. Zij staan onder veel meer tijdsdruk, omdat vrouwen na hun 25ste al minder vrucht- baar worden, terwijl mannen daar minder rekening mee hoeven te houden. Ik ben blij dat ik meer gespaard blijf van moeilijke keuzes, dus respect voor die vrouwen.»•[Dit artikel verscheen eerder in NINA, het weekendmagazine van Het Laatste Nieuws.]
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s