De pot op met positivo’s! 6 redenen waarom pessimisten optimistisch mogen zijn

  1. Rampscenario’s kunnen een tegengif vormen voor angst

Ken je ze nog van vroeger, vlak voor het examen? ‘Ik ga er niks van kunnen. Je zal dat zien, hij gaat net die vragen stellen uit het hoofdstuk dat ik niet heb kunnen herhalen.’ En dan, achteraf. ‘Ik weet écht niet hoe ik het heb gedaan. Voor hetzelfde geld ben ik gebuisd.’ Om dan onderscheiding te halen. Onuitstaanbaar, en dat weten ze.

Toch bedoelen ze het niet zo slecht. Het is de aard van het beestje. Het zijn defensieve pessimisten, mensen die altijd het ergste verwachten, en zich daarom rigoureus voorbereiden. Julie Norem, auteur van het boek ‘The Positive Power of Negative Thinking’, deed hier onderzoek naar omdat het haar intrigeerde hoe sommige pessimisten zo succesvol konden zijn, ondanks al dat doemdenken. Waarom doen ze zichzelf dat elke keer opnieuw aan, zo piekeren over alle details die kunnen mislopen? En hoe zit het met selffulling prophecy’s? Zouden ze niet beter presteren als ze zich wat meer zouden ontspannen?

Nee dus. De onderzoekster ontdekte dat het niet ondanks maar dankzij hun pessimisme was dat ze goede resultaten haalden. Wanneer ze ontspannen beginnen aan een examen, een presentatie voor collega’s, of zelfs aan een etentje voor vrienden, brengen ze het er slechter vanaf. Voor hen is het nuttig eerst te piekeren over rampscenario’s, het ene al futieler dan het andere: een pen die juist dan op is, zweetplekken, geen kat die komt opdagen – om voorzorgen te nemen. Een reservepen, een zwart topje waarin je die plekken niet ziet en extra uitnodigingen in de bus. De worst-case scenario’s – en hun oplossing – zijn een tegengif voor angst. Overigens pasten de Stoïcijnen deze methode ook al toe in het oude Griekenland.

De volgende keer dat er weer zo iemand komt klagen over wat er allemaal kan mislopen, laat hem/haar dan doen. Het is een defensieve pessimist.

Let wel, deze strategie is niet voor iedereen. Zogenaamde strategische optimisten hebben er geen baat bij om te denken aan wat er allemaal fout kan gaan. Dat maakt hen bang, waardoor zij slechter gaan presteren.

  1. Pessimisme behoedt je voor financiële risico’s

Mochten mensen wat pessimistischer zijn geweest, was die hele financiële crisis er misschien niet geweest. Dat schrijft Barbara Ehrenreich in haar boek ‘Bright-Sided: How Positive Thinking Is Undermining America’. Enerzijds omdat goedgelovige en optimistische werkmensen meer geld leenden dan ze ooit konden terugbetalen, anderzijds omdat in het bedrijfsleven de terreur van het optimisme heerste. Negatief denken was niet toegestaan, of je vloog buiten. De man die bij Lehman Brothers in 2006 waarschuwde voor de vastgoedbubbel – de prijzen van die huizen zijn kunstmatig hoog en gaan niet blijven stijgen – werd ontslagen. Twee jaar later ging de bank failliet.

  1. Zwartkijkers onthouden beter en zijn minder goedgelovig

Altijd kritisch. Pretbedervers. Vrolijk word je niet van doemdenkers. En in een team waar er geen plaats is voor ‘I’ willen bazen toch vooral shiny happy people op kantoor. Het moet gezegd, optimisten zijn betere verkopers – waarschijnlijk omdat ze afwijzing minder persoonlijk nemen. Toch hebben pessimisten hun kwaliteiten. Want wie zich zelden zorgen maakt over zijn prestaties, blijkt op de werkvloer doorgaans minder te presteren dan wie wel op tijd en stond piekert. Hoewel zwartkijkers minder ideeën bedenken dan optimisten, zijn de hunne meer bruikbaar.

Negatief ingestelde mensen vergeten bovendien minder én ze zijn minder goedgelovig, zo blijkt uit onderzoek van professor Joseph Forgas aan de University of New South Wales in Australië. In zijn studie moesten de deelnemers oordelen over 50 weetjes algemene kennis. 25 stellingen waren juist, 25 onjuist. Het correcte antwoord werd meteen gegeven. Twee weken later werden ze opnieuw getest. In tegenstelling tot de slechtgezinde mensen konden de goedgehumeurden zich niet meer herinneren of een stelling waar was of niet en waren ze meer geneigd een stelling te beoordelen als waar, ook al hadden ze de vorige keer te horen gekregen dat die informatie fout was. Conclusie: bij een goed humeur heb je meer de neiging het bekend klinkende antwoord voor waar aan te nemen. Dezelfde professor toonde aan dat goedgezinde mensen goedgeloviger zijn: ze geloven gemakkelijker verzonnen stadslegenden en geruchten dan wie verdrietig is.

  1. Wie negatief is ingesteld, laat zich minder leiden door vooroordelen

Eerst even dit. Het is moeilijk vooroordelen te testen. Als je het hen vraagt, ontkennen ze. Zoiets toets je indirect, bijvoorbeeld aan de hand van een computerspel waarin de opdracht luidt: schiet op iedereen met een geweer. Blijkt – althans in het Amerikaanse experiment –dat er vaker wordt geschoten op zwarte dan op blanke doelwitten. Kortom, we denken automatisch dat de zwarten wel een geweer zullen hebben, terwijl we dat niet denken van de blanken. Ons oordeel is – jawel – gekleurd.

Onderzoekers in Australië deden een gelijkaardig experiment met moslimdoelwitten, herkenbaar aan hun turban, en niet-moslim doelwitten, met of zonder geweer. Deelnemers moesten enkel de doelwitten met geweer schieten. Het tempo lag hoog, dus ze moesten snel kiezen tussen schieten of niet schieten. Opnieuw zaten mensen vol vooroordelen: ze schoten sneller op moslims dan op niet-moslims. Maar wie in een negatieve bui was, schoot minder op moslimdoelwitten dan wie in een goede bui was. Een goed humeur is blijkbaar slecht voor vooroordelen.

  1. Door de positivo uit te hangen voel je je nog slechter

Zelfhulpgoeroe’s verdienen miljoenen aan losers met een laag zelfbeeld die zichzelf willen oppeppen. De grap is, het heeft geen zin. Meer nog, het kan schadelijk zijn, zo bleek uit een experiment aan de University of Waterloo en de University of New Brunswick in Canada. Na het uitkraaien van positieve zelfaffirmaties als ‘Ik ben een winnaar!’ voelden mensen die al niet lekker in hun vel zaten zich nog slechter – wellicht omdat ze gevoel hadden tegen zichzelf te liegen. De deelnemers met een goed zelfbeeld voelden zich wél beter na het herhalen van de mantra’s, maar niet veel. Ironisch genoeg hebben zij die zelfbevestiging het minst nodig.

Ook opmerkelijk: degenen met een laag zelfbeeld waren betergezind wanneer ze negatieve gedachten mochten hebben dan wanneer ze zich uitsluitend moesten focussen op positieve gedachten. Toch verdedigen de onderzoekers positief denken als onderdeel van een ruimere therapie…

* Als dit artikel eenzijdig overkomt als een pleidooi voor pessimisme en doemdenken, is dat om zwartkijkers voor één keer, het glas halfvol te laten zien, zoals optimisten.

Tekst Ann-Marie Cordia

[Dit artikel verscheen eerder op 7 juni, 2014 in De Morgen Magazine.]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s